PROGRAMMATOELICHTING Kerstconcert LBV 23 december 2018

Het leven is een mysterie. Nog steeds ervaren we het als een wonder, wanneer we een pasgeboren kind zien. We weten alles, en tegelijk weten we niets. Waar komt leven vandaan, waarom ademt een pasgeboren kind, en waar komt die nieuwe mens, dat  volkomen nieuwe wezen met een geheel eigen ziel vandaan? Niemand die het zeggen kan. Kunstenaars proberen het te grijpen in schilderijen, in beeldhouwwerken, in gedichten en in muziek. Stil worden we van het beeld van een moeder met haar kind, een flakkerende kaars, die het broze leven verbeeldt. We zoeken naar woorden die proberen te benoemen, liederen die dit mysterie verklanken. In ons concert vandaag hoort u muziek van componisten uit de middeleeuwen tot vandaag, die geïnspireerd zijn geraakt door het geheim van de geboorte van het Kind.

De hymne ‘Veni redemptor Gentium’ was al in de middeleeuwen zeer geliefd. Maarten Luther maakte daar een Duitse vertaling van: ‘Nun komm der Heiden Heiland’. Veel componisten hebben bewerkingen gemaakt onder deze titel, zowel als onder de Latijnse. Zo is het lied zowel in de roomse als in de protestantse traditie een van de meest bekende adventsliederen geworden. Andrew Smith gebruikt de oorspronkelijke gregoriaanse melodie en bewerkt deze op een nieuwe manier, zodat oud en modern in elkaar overvloeien. We zingen het eerste en laatste vers in het Latijn en de tussenliggende verzen in het Frysk. Van Samuel Scheidt en J.S. Bach horen we enkele orgelbewerkingen.

Josquin Des Prez schreef een vrolijk ‘Ave Maria’, de groet van de engel Gabriel, toen hij Maria berichtte, dat ze een kind zou gaan krijgen, die de Messias zou zijn. De canonische inzetten zijn in het octaaf, waardoor de stemmen ver uit elkaar liggen, iets wat grote ruimte en lichtheid in de muziek geeft.

Het motet ‘Komm Jesu, komm’ van J.S. Bach is van een grote ontroerende schoonheid. Het heftige verlangen van de gelovige naar de komst van zijn heiland wordt in telkens herhalend korte smachtende  motieven uitgedrukt. De melodie in alle stemmen gaat gepaard met grote sprongen en hoge inzetten, en de vele dramatische harmonieën geven een schitterende diepe gelaagdheid  aan de tekst. Het dubbelkorige slot is lang, alsof we al de eeuwigheid mogen proeven, met warme brede lijnen en vrolijk om elkaar heen dansende stemmen.

‘A solis ortus cardine’ is speciaal geschreven voor en uitgevoerd in St. Paul’s Cathedral Londen begin van dit jaar. De vroeg-middeleeuwse tekst kreeg een nieuwe melodie, en de acht verzen hebben elk een eigen bewerking gekregen. Geprobeerd is in de muziek de enorme akoestiek van St. Paul’s Cathedral (zeven seconden nagalm!) te laten doorklinken. Het stuk werd in Engeland zeer goed ontvangen, getuige  het commentaar van de clergy in de kathedraal: ‘this piece is profoundly moving (intens ontroerend)!’

Beeftink en Peeters schreven bewerkingen van bekende kerstliederen, vrolijke muziek, in een gematigd modern idioom.

John Tavener is bekend om zijn mystieke muziek. Hoewel geschreven in de 20ste eeuw roept zijn ‘Hymn to the mother of God’ een Middeleeuwse sfeer op. Door een consequente canon in twee koorgroepen wordt een enorme nagalm nagebootst, alsof een enkel koor zingt en een echo naklinkt.

‘O magnum mysterium’ in twee bewerkingen: van de renaissance componist Tomas Luis de Victoria en van de hedendaagse Marcus Paus. Hoewel totaal verschillende muziek uit andere tijden klinkt in beide de verwondering door over het mysterie van kerst.

De Noorse componist Paus laat akkoorden op elkaar volgen zonder harmonische logica, met een mystificerend effect. Gaandeweg het stuk worden de akkoorden in koor en orgel opgevuld met allerlei extra tonen, waardoor de akkoorden verdwijnen in clusterachtige blokken. De marimba speelt vrije melodieën daarover heen, speels en snel, rijk versierd. Het terugkerende thema in wisselende stemmen grijpt de ene keer naar majeur en dan weer  mineur en zelfs frygisch. Alles bij elkaar werkt deze muziek hypnotiserend, voor zowel de luisteraar als de uitvoerenden. Denk aan flakkerende kaarsen, schaduwen tussen pilaren in een donkere kerk.

Geke Bruining-Visser